This site will look much better in a browser that supports web standards, but it is accessible to any browser or Internet device.


 

 

 




 

Naast therapie kunt u bij ons ook terecht voor:

 

Craniofaciale en craniomandibulaire disfunctie therapie:

De therapeut is geïnteresseerd in de functiestoornissen in het hoofd-, nek- en gezichtsgebied en de invloed daarvan op het dagelijkse leven van de patiënt. Hierbij speelt de inventarisatie van de symptomen een belangrijkere rol dan de zuiver medische diagnose. Veel patiënten met dezelfde symptomen hebben namelijk verschillende medische diagnosen gekregen. Onafhankelijk van dit gegeven hebben we vanuit dit therapieconcept toch een lijst van indicatiegebieden gemaakt, zonder hiermee volledig te kunnen zijn.

Bij de volgende problemen raden wij aan het craniofaciale
therapieconcept te kiezen:

  • Problemen in mond- en gezichtsgebied
  • Mond- en gezichtspijn
  • Kaakklachten
  • Craniomandibulaire dysfunctie
  • Costen syndroom
  • Discusproblemen in het kaakgewricht
  • Tandenknarsen en klemmen
  • Myofaciale storingen in het kauwsysteem
  • Myoarthropathien van het kauwsysteem
problemen kaak
Problemen in het hoofdgebied
  • Cervicogene(nek) hoofdpijn
  • Cervicale dystonie
  • Duizeligheid, vertigo
  • Facialis parese
  • Spanningshoofdpijn
  • Migraine
  • Schedeltrauma
  • Oorruis(tinnitus), atypische oorpijn, otalgie
  • Gezichtsasymmetrie
  • Atypische mondpijn
  • Atypische) aangezichtspijn
  • Atypische hoofdpijn
  • Oor- en gezichtspijn
  • Oor- en gezichtspijn
  • Orofaciale problemen
  • Whiplash, halswervelkolom distorsie
problemen hoofd


Wat is de inhoud van de therapie?
De behandeling bestaat voor een deel uit manueel therapeutische behandelingstechnieken in het hoofd-, nek- en gezichtsgebied en voor een deel uit een begeleidingsprogramma t.a.v. pijnmanagement. Het begeleidingsprogramma wordt meestal na 2-4 behandelingen ingezet omdat hiervoor de waarden van
eventuele vragenlijsten en pijntabellen noodzakelijk zijn. De inhoud van dit programma richt zich met name op het dagelijkse gedrag van de individuele patiënt. De therapeut kan een verandering in bepaalde gedragsaspecten aanraden en/of een pijnmanagement programma aanbieden.